42 SUSSEN OF VERBROEDEREN?

sussen of verbroederen

DISCLAIMER

Al mijn verhalen zijn volkomen gebaseerd op mijn eigen perceptie van de werkelijkheid, niet op de waarheid. Ik sluit ook niet uit dat mijn fantasie met details op de loop is gegaan door de jaren heen, of dat mijn kinderhoofd bepaalde zaken verdraaid heeft. Het gaat mij niet om het hebben of halen van het allesomvattende gelijk. Wel wil ik ruimte en bestaansrecht geven aan mijn eigen beleving.  Dit is de betekenis die ik, vanuit mijn ervaring, aan de dingen gegeven heb, vanuit mijn persoonlijke invalshoek en naar eigen vermogen. Het is immers mijn beleving die mijn ervaring kleurt, niet de verkeerd uitgepakte goed bedoelde intentie van de ander. De waarheid beweegt zich altijd ergens in het midden, tussen alle polen in. Dit boek kent in potentie dus eigenlijk minimaal 359 maal de hoeveelheid aan hoofdstukken dan er in de inhoudsopgave benoemd staan. Namelijk minstens één  extra, vanuit iedere graad van de gehele cirkel. Vanuit alle perspectieven en in alle kleurschakeringen die je je maar kunt voorstellen onder de zon. Ik claim geen andere waarheid in pacht te hebben, dan die van mezelf. En dan nog: deze ‘waarheid’ blijkt ook steeds weer veranderlijk en onderhevig aan mijn eigen groei en bewustzijn op de dingen. De verhalen nemen mee, in een onderzoek naar de mogelijkheid tot zingeving, groei en misschien zelfs vergeving. Het is een zoektocht naar ruimte. Vanuit de aangeboren drang om vrijuit te kunnen mogen bewegen.

 

Bij deze nodig ik iedereen die zich hiertoe aangesproken voelt uit, om zijn eigen perceptie op de gebeurtenissen te verwoorden. Ook dát verhaal zullen mensen kunnen begrijpen vanuit beschreven perspectief en standpunt. Wat heb je op je lever? Wat zit je dwars? Wat krijg je niet verteerd van binnen? Het is niet mijn doel om andermans waarheid met die van mij te ontkennen. Wel neem ik ook de ruimte voor mijn eigen verhaal, die ik tot nu toe steeds niet leek te kunnen vinden of innemen.

KUNNEN TWEE VERSCHILLENDE DINGEN BESTAANSRECHT GENIETEN NAAST ELKAAR?

Ik ervaar hierin een hevige kortsluiting tussen de generaties die elkaar opvolgen. Als twee  pluspolen die zo sterk geladen zijn, dat bij iedere poging tot naderen, direct de vonken over en weer springen. De ander niet kunnen horen, omdat je eigen nood zo hoog is, om eindelijk gehoord en begrepen te willen worden door de ander. Geen ruimte ervaren.

Wat maakt de verhalen zo beladen? Naar mijn idee de ingehouden emoties, door geheimen, taboe, schuld, schaamte, veroordeling, loyaliteit, ontkenning, pijn en een daarmee in stand gehouden slachtofferschap.

Vanuit ons eigen leed, kunnen wij de ander niet horen, en zijn wij geneigd om de boel te sussen. Dan is er ten minste weer rust in de tent, maar hoeven ook de relatief ‘veilige’ rollen die we spelen niet herverdeeld of opnieuw bekeken te worden. Iedereen claimt het slachtoffer te zijn geweest, dus niemand wil ineens de rol van dader toebedeeld krijgen.

STRIJD OM DE PROTAGONIST

Wikipedia zegt:

…”In de klassieke strijd tussen goed en kwaad is de protagonist gewoonlijk de ‘held’ van het verhaal en de antagonist is, of vertegenwoordigt, de kwade genius of de ‘slechterik’.

De antagonist van het verhaal probeert het de protagonist moeilijker, of onmogelijk, te maken zijn doel te bereiken. De verteller of scenarist zal over het algemeen bij de lezer of kijker sympathie trachten te wekken voor de ‘held’ en het tegendeel voor de tegenstander. Het kan echter voorkomen dat de lezer of toeschouwer hiermee op het verkeerde been wordt gezet en de sympathie (geleidelijk of plotseling) verschuift. Dit soort verrassende plots wordt soms toegepast in thrillers en detectiveverhalen.”…

 

Dit is wat mij precies gebeurt, doordat ik mijn verhalen deel.  Ik laat hiermee zien dat ik slachtoffer was van de situatie, maar tegelijkertijd ben ik daarmee meteen weer dader, omdat het de ander zijn felbegeerde slachtofferschap zogenaamd heeft ontnomen.  Hoe haal ik het inderdaad in mijn botte kop, om de ander zo als ‘slechterik’ af te schilderen!?!  Iedere protagonist heeft zijn antagonist nodig, maar deze wil door niemand gespeeld worden.

Op het moment dat ik uiting geef aan mijn vermeende slachtofferschap, blijk ik opeens zelf ook dader! Dit dilemma wordt vaak te lijf gegaan met een ‘sussen’.  Een tot stilte manen, een in een roes wiegen (zijn verslavingen handige hulpmiddel bij) een de kop in drukken van de beleving, een van bovenaf dirigeren, een manipuleren, jouw ding willen opleggen. Dit doen we bij de ander, maar vooral ook bij onszelf. Dit is wat velen van ons er natuurlijk ook al met de paplepel ingegoten hebben gekregen.

Lost dit echter echt iets op? Naar mijn idee niet. Vanaf buiten gezien wel. In gewenst gedrag misschien. Het plaatje klopt weer en we kunnen weer even ongestoord verder. De tranen zijn geveegd, het doekje voor het bloeden is gegeven, de pleister is geplakt en de rust lijkt wedergekeerd.  Zo heb ik mezelf jaren lang geprobeerd te sussen, te verdoven, iets anders wijs te maken, door mijn kop in het zand te steken, een bord voor mijn kop te plaatsen, een schop onder mijn reet te geven en vooral veel te wijzen naar anderen. Met veel hoopvolle inzichten, maar vooralsnog met weinig resultaat.

Het advies vanuit deze tactiek luidt dan ook: ‘SSSST. Wie denk jij wel niet dat je bent om de vuile was buiten te hangen? Je brengt een ander ten schande! Stil nou maar. Kan je niet gewoon vergeven? Laat het toch eens met rust joh. Ben je daar nu nog steeds niet overheen? Zand erover!’.

En precies dezelfde strijd speelt zich af binnen in mij. Dit lijkt me af en toe nagenoeg schizofreen te maken. En wát er ook om mij heen gezegd wordt, het gooit altijd olie op het vuurtje van één van de twee ruzie makende partijen in mij! Het lijkt wel de eeuwige strijd om de glanzende hoofdrol, de vertolking van de held in het stuk.

Ik zie perspectief in RUIMTE. Een intentieverklaring, waarin ik bestaansrecht verleen aan iedere invalshoek op elke gebeurtenis. Ook ik ben zowel de Protagonist als de Antagonist tegelijkertijd. En dat deze naast elkaar kunnen en mogen bestaan. Ik zeg dus niet: ‘luister alleen naar het één, want dát is de waarheid!’ Ik zeg daarmee dat alles en iedereen zijn eigen waarheid in pacht heeft. Het is aan onszelf om hierin kleur te mogen bekennen en te onderzoeken of we op die manier naast elkaar kunnen staan. (dus ook binnenin onszelf)

Dat zijn prachtige woorden, dat vind ik zelf ten minste… Maar wat mij betreft een pittige opgave om ook daadwerkelijk te gaan leven!

Mijn ervaring is, dat zodra ik mij gehoord voel in mijn beleving, dat ik direct ook ruimte ervaar om naar andermans beleving te luisteren en daar ruimte voor te hebben. Dat is erg mooi, wanneer ik zelf als eerste aan de beurt ben. Maar wat nou, wanneer ik pas als allerlaatste van de hele kring, na alle andere 359 graden van de cirkel, mijn verhaal mag doen? AAAAHHH!  Ik heb hier al last van bij een introductie rondje tijdens een cursus bloemschikken ofzo. Iedereen doet zijn verhaaltje, maar ik ben als middelste en kan eigenlijk pas echt goed naar de ander luisteren, zodra ik mijn eigen ei heb gelegd.

ZOU DAT REPTIELENBREIN EIGEN ZIJN TROUWENS?

OF HEEFT MENEER KALVIJN HIER ZIJN VETTE VINGER IN DE PAP?

WANT: ‘Wie vraagt wordt overgeslagen he’.

Voor we het weten, zitten we allemaal braaf en gefrustreerd op ons zuur verdiende loon, de glanzende hoofdrol te wachten, tot de dood ons eindelijk het enige verlossende antwoord geeft?

 

VERBROEDERING

Daar gaat het denk ik over. Ruimte voor andermans verhaal, waarheid, perceptie en invalshoek vinden.  Hand in hand kunnen gaan. Maar hoe doe ik dat? Aangezien ik niet in de hand heb, wat de ander wel of niet zal doen, kan ik enkel mijn eigen deel voor rekening nemen. Eerst binnen mijzelf ruimte voor mijn eigen verhaal, waarheid en beleving creëren. (vind ik al lastig genoeg!) Mijzelf van daaruit kunnen durven mededelen, en als het even kan, nog voordat ik hier de pijp uit ga!

 

Welk verhaal heb jij?

41 WILDGROEI

wildgroei

DE DAG DAT WE CHILI CON CARNE KREGEN

Vanuit mijn kamer, die aan de keuken grensde. hoorde ik al vloekend en tierend een rommelen en smijten met potten en pannen. Ik hield mij stilletjes op aan mijn bureau. Niet al te veel later ging mijn kamerdeur, zonder kloppen vooraf, een klein stukje open. Door de kier verscheen eerst een elleboog, toen een arm en een hand, waarin een bord met daarop een hoopje dampende massa. Dit geheel werd met een draaibeweging vanuit de losse pols mijn kamer in gefrisbeed:

ZOEF-PATS-KRAK-FLETSCH!

Met de mededeling:

‘HIER IS JE VRETEN’

Ik zat erbij en ik keek ernaar. Als in slow-motion nam ik het waar. Daar lag het. Op de grond. En ik keek er naar. Het bord was gebroken, in een stuk of vier, en er lag een roodbruin prutje op. Ik denk chili-con-carne. Met daaronder nog wat uitgedroogde resten van iets wittigs. Dat was waarschijnlijk een vies bord van gisteren, omdat mijn broer en ik de afwas niet hadden gedaan. Als ‘straf’ blijkbaar…?

Dit soort momenten begonnen een ketting te rijgen, waarop ik, hoorbaar voor mijzelf, dacht: ‘Nu begin ik het echt zat te worden, DIT. Ik moet hier weg’. Wat dat ‘DIT’ precies inhield kon ik toen nog niet echt benoemen, maar het voelde zo. Het voelde alsof er iets kapot aan het gaan was van binnen. Alsof het niet meer terug kon. Ik was toen nog geen tien. Ik ben in de periode die hierop volgde steeds vaker bij mijn vriendinnetje gaan spelen. Van spelen kwam eten, van eten kwam slapen en van slapen kwam een zo goed als wonen. Zonder statement, zonder een ‘opstandig weglopen van huis’. Ik heb op mijn manier zo organisch mogelijk mijn heil elders gezocht. En ook gevonden gelukkig.

Als ik daar nu op terug kijk, vind ik het wonderbaarlijk, hoe ik als klein mens mijn vreugde simpelweg achterna ben gegaan. Zonder inhoudelijk overleg, zonder hulpverleners, geen toestanden of herrie. Ik ben gewoon uiterst subtiel en in feite zo goed als ongemerkt, inofficieel, part-time vertrokken. In dit statige pand aan de Zomerluststraat heb ik samen met mijn sussie de mooiste avonturen beleefd. Ook aan mijn zogenaamde pleegmoeder, koester ik spannende, gekke, maffe, plezierige en warme herinneringen. Zij is overleden in 2007. Hier zou ik zomaar een ander boek over kunnen schrijven. J

Ik had er immers ook nog weer een dubbelrol bij.

De enorme kracht van de spruitende energie. Als de natuur van een bloem die zich tot de zon wendt. Als ontkiemende zaden die de oppervlakte altijd weer terug vinden. Ongeacht wat ze bedekt of zelfs dreigt te verstikken. Ze volgen onherroepelijk hun volkomen natuurlijke gang. Zo voelt dat voor mij ook.

Ik heb zeker momenten van radeloosheid en van ‘een willen opgeven’ gekend, maar steeds kwam dit stuwen weer terug. Het is een niet te stuiten bron aan levensenergie en groeilust denk ik.

Net zoals de paardenbloem, die zich in alle rust maar onverstoorbaar een weg door het dikste asfalt baant. Niet op spierkracht, maar op waar ruimte is voor expansie. Stapje voor stapje zeer gestaag. Om uiteindelijk aan de oppervlakte te verschijnen, haar getande bladeren uit te spreiden en haar prachtige koppen te tonen aan de stralende zon.

ONKRUID VERGAAT NIET

40 KOMM MIT MIR MIT

Between Heaven and Earth

Op mijn 15e verhuisde mijn moeder met haar nieuwe man naar Duitsland. Onze knipperlicht relatie zette zich voort.

Naarmate ik ouder werd en zodoende meer inzicht kreeg in de persoonlijke strijd die zij te voeren had met de monsters uit haar verleden, die haar het leven voortdurend zuur maakten, heb ik ook voor haar gewenst dat ze vrede zou kunnen vinden. Met het leven en met zichzelf. Ik heb een liedje voor haar gemaakt. Terwijl ik het aan het schrijven was, realiseerde ik me, dat het eigenlijk net zo goed over mezelf als over haar ging. Maar ook over haar moeder. Eigenlijk de hele vrouwenlijn van die kant.

Zij heeft gedaan wat binnen haar vermogen lag, om de neerwaartse spiraal te doorbreken. Om te dealen met de reeds lang opgeslagen trauma’s door onze bloedlijn heen.  Dezelfde thema’s die generaties lang werden overgedragen, als latent aanwezige ziektes, onvervulde verlangens en kapot geslagen potentie. De recessieve variant van een gen dat een woekerend  lijden veroorzaakt. Een sluipmoordenaar die chronische depressie heet, maar tevens grootsheid en waanzin veroorzaakt. Hoe komen we uit deze maalstroom, waar wij door oorlogen heen in verzeild zijn geraakt?

In het aardse bestaan en het leven van alledag lijken wij het maar steeds niet met elkaar opgelost te krijgen. Misschien dat muziek indirect soelaas kan bieden… ?

Ik wilde dit troosten. Voor mijn oma, voor mijn moeder en voor mezelf. In mijn hoofd klinkt dit lied op zo’n manier, dat iedereen het zachtjes aan zichzelf toezingt:

KOMM MIT MIR MIT

refr. Komm mit mir mit

also tanzen wir zusammen im Freien

komm mit mir mit

um das Lebensspiel zu feiern

komm mit mir mit,

suchen wir uns Schatzen am Strand

ich reich dir meine Hand

lass deine alten Schmerzen loß

komm mein lieber… tanze bloß!

wass passiert ist ist forbei

es hat uns nur den Weg gezeigt

spring glatt und blanck ins Wasser ‘rein

trinke die Wellen, und lass es sein

Refr. Komm mit mir mit

also wiegen wir zusammen im Freien

Komm mit mir mit

um das Lebensspiel zu feiern

Komm mit mir mit

bauen wir uns Burgen aus Sand

halten wir uns zart die Hand

von untern ab scheint alles groß

komm mein lieber… lass doch loß!

klettern wir hoch ohne Ende und dann

traümen wir frei von irgendwann

fliege aus zu deinem Glück

zum Gipfel der Welt und nie zurück

refr. Komm mit mir mit

also schweben wir zusammen im Freien

komm mit mir mit

um das Lebensspiel zu feiern

komm mit mir mit,

outtro: Komm mit mir mit
Komm mit mir mit
Komm mit mir mit
Hier mijn eerste voorzichtige opname:

39 BISONKIDS

rits

EEN GEMIS AAN MISSEN

Schijnbaar heb ik dat.

Als je mij echt snel wilt weghebben,

dan moet je mij vertellen dat je me zult gaan missen.

—ZZZOEFFF—!!!                    (en weg is ze)

Ik heb geen flauw benul wat ‘iemand missen’ is.

Ik rits iemand gewoon uit mijn systeem.

—RRRATSSS—!!!

Sorry.

 

P.S. Godzijdank voor de bevestigingstechniek van mijn kinderen.

Dat ritst niet..

BISONKIDS?

 

Hmmm… stoere praat… inderdaad…

of zou het soms misschien dan toch ook een beetje

aan de verbinding kunnen liggen …Willemijn?

😉

38 DE DOOD EN DE GLADIOLEN

moon

VERGEVING IS ‘THE KEY’

Mooi gezegd. Klopt waarschijnlijk als een bus.

Ik heb hierin veel goed bedoelde tips&tricks gekregen. Met name uit ‘Spirit-land’. Daar ben ik mee aan de slag gegaan. En ik heb een aantal aangereikte ‘sleutels’ geprobeerd, maar die passen blijkbaar niet op mijn slot:

Veel glimlachen, verzachten, de goede vrede bewaren, niet veroordelen, je eigen emoties transformeren, omhullen met de mantel der liefde, de ander begrijpen, positief denken, op de toekomst richten, je eigen waarheid anders kleuren, jezelf gronden, een luisterende houding aannemen, je ego afleggen, er doorheen ademen, niet haatdragend zijn, loslaten, een buiging maken voor de ander, het met een korreltje zout nemen, humor inzetten, uit de weerstand gaan, geen wrok koesteren, relativeren, de grotere lijnen gaan zien, de strijd opgeven, jezelf overgeven aan de liefde, je dankbaarheid uitspreken, aanvaarden wat was, accepteren, de ander eren en respecteren, de ander vrijlaten, jezelf vrijlaten, in de spiegel kijken naar je eigen aandeel, je verantwoordelijkheid nemen, niet verzetten, de ander liefde en licht zenden en zo nog meer.

Er zitten zeker een aantal mooie tips bij. Maar steeds lijk ik toch weer voor een blinde muur met daarin een dichte deur te staan. Hij gaat niet open, want de sleutel past niet. Ook voel ik grote frustratie en enorme weerstand.

Zo moest ik ooit, tijdens een workshop een buiging maken voor mijn moeder, vanuit respect voor wat ze allemaal voor mij had gedaan. Ik kreeg het simpelweg niet voor elkaar. Pure weerstand. Ik dacht: ‘Wat nou een buiging voor je moeten maken? Ik peins er niet over; ik ben eerlijk gezegd gewoon nog behoorlijk pissed-off!’ En eigenlijk vond ik een aantal anderen die het deden regelrechte charlatans. Alsof ze de choreografie van een uitheemse volksdans aan het nabootsen waren. Ik kon alleen maar denken: ‘I just don’t buy this shit.’ Mij krijg je nog hoger op de kast wanneer je er dan ook nog handtrommels en talkingsticks met belletjes bij laat klinken of rinkelen. Pure Gilles de la Tourette voor mij, hahaha! Mijn enorme weerstand dus…

Dat scheen met name te komen omdat mijn ego nog veel te groot was. (en wat is daar dan weer ‘mis’ mee GVD?!) Mij ben je echt volledig kwijt op dit soort momenten. Moet ik mijn ego nu ook al verstoppen ofzo? Dat noem ik nog eens een groot ego hebben trouwens, hahaha! (Egootje, Egootje, Egootje toch, wat ben je daar weer een gewiekst slimmerikje!)

Ik zie het als een geboortekanaal, waar ik niet doorheen kon en wilde. Als een bevalling die onvermijdelijk is. Zowel voor moeder als voor kind. Dit beeld helpt mij in het begrijpen van wat vergeving nu eigenlijk voor mij zou kunnen zijn. Namelijk dat ALLES erbij hoort.

Het is niet alleen het pasgeboren kindje met het roze mutjse, dat vredig ligt te slapen in het wiegje, met een gezond geboortegewicht. De hoog zwangere dame die gezellig op haar matje haar puf-oefeningen verbetert en na afloop kopjes thee drinkt met de dames. Het zijn niet alleen de geboortekaartjes en beschuit met muisjes, het verlangen naar de dag dat je bent uitgerekend, de eerste weeën die je losjes opvangt, het verlangen om te mogen baren, het geschenk dat je voor de pijn terug krijgt, de echtgenoot die je hand vasthoudt, of de verhalen die je er na afloop over vertelt.

Het is ook de angst voor het onvermijdelijke, de enorme weerstand die je voelt, de pijn die je uitschreeuwt, de diarree die je hebt, de auto die niet wilde starten, de ontsluiting die niet op gang komt, de persweeën die je op moet vangen, het plakkerige bloedbad waar je in ligt, het niet meer terug kunnen, de dood of de gladiolen, de man die er even niet is, willen opgeven en toch door moeten, je woede, de weeïge geur van vruchtwater, het kindje in nood, je haar in de klit, de keizersnede, het uitscheuren, de penetrante geur van oud zweet, de hechtingen, de uitputtingsslag die je levert.

HET IS HET ALLEBEI

Ik zie het als een opkruisen tussen de dualen van de wereld door. Een beetje van dit, een beetje van dat. Ik heb mij het meest beweeglijk gevoeld op momenten dat ik elke kant op mocht, tijdens mijn reis. Uiteindelijk ben ik zelf degene die mag bepalen hierin. Ik mag mijn keuzes maken en daar de consequenties van dragen. Verantwoordelijkheid nemen. Voor mezelf gaan staan. Waarom voel ik mij dan meestal in een bepaalde hoek gedreven, wanneer het om vergeving gaat?

Vergeven is wat mij betreft niet enkel het aanmeten van de glimlach der universele liefde, je haatgevoelens links laten liggen en de liefde laten zegevieren. Daarmee ontken je het andere. Naar mijn idee gaat het over eenwording. Dit impliceert een samensmelten van de dualen; van alles dat is. Opkruisend van links naar rechts, alles door dat ene geboortekanaal stuwen. Daar is moed voor nodig. En alles hoort erbij. Dat gaat over onvoorwaardelijkheid. Daar ligt vergeving. Dat het, ondanks alles, OK is. En ik vind dat ‘best’ lastig.

Dus om even het beestje bij de naam te noemen:

Mensen die mij graag willen duidelijk maken of mij op het hart willen drukken, dat ik niet zo negatief moet zijn en dat ik gewoon moet vergeven. Dat het om de liefde gaat en niet om de haat. Mijn vraag: maar wat is dan liefde? Rozengeur en maneschijn? Dat wat bezongen wordt in de top 2.000? Deze ‘liefde’ is wat mij betreft een éénzijdige belichting. Bomvol verwachtingen en oordelen. En deze verwijzen allemaal naar de andere kant van de dualiteit. The dark side of the moon. De kant die vaak niet belicht wordt, blijkbaar ook niet in kringen waar het streven juist ‘verlichting’ is. Best vreemd eigenlijk, toch? Het is de dans tussen zwar-en-wit. Het één impliceert voortdurend het ander. Ze hebben elkaar nodig om samen te smelten en één te worden. Om te kunnen bevallen en om geboren te kunnen worden.

Moet je voor de gein eens proberen in je fantasie: Een vrouw die in baringsnood zit, sussend beleren dat ze zich toch beter maar gewoon eventjes rustig kan ontspannen en dat dat harde brullen daarbij echt niet helpt. Wat denk jij? Heeft ze daar een boodschap aan tijdens haar perswee? (nog los van het feit of je nu vindt dat je tóch gelijk hebt of niet) Ik denk dat de kans groot is dat je letterlijk of figuurlijk een grote rake klap voor je hersens krijgt. ‘Wat nou zachtjes en ontspannen, ik lig hier GVD een 10-ponder uit te persen JA!’ AAaaahhh!

Zo ervaar ik dat met gevoelens als wrok, haat, jaloezie en afgunst. Wat heb ik er voor boodschap aan dat ik deze gevoelens eigenlijk maar beter niet kan hebben? Want ik HÉB ze! ‘Nee, Willemijntje, zolang jij boos blijft of wrok blijft koesteren ga jij echt niet kunnen vergeven hoor.’

Ja. DUH!

Wat zal ik dan doen? Verstoppen, in cognito, licht roze schilderen, camouflage pakje aan? Mijn ervaring is wel, dat de meeste mensen zich inderdaad wel minder onconfortabel voelen als ik dat doe, want dan lijkt het allemaal ten minste weer PAX EN VREE.

Dit alles eerst maar eens erkennen is voor mij een eerste sleutel die past.

 

P.S. Weet iemand nog een passende vergelijking voor de mannen onder ons, die zich met een bevalling niet helemaal uit de voeten kunnen? 😉

37 .HET RUIME SOP. DE KOEK IS OP. STOP.

het ruime sop 2

Toen ik 11 was, besloot mijn moeder impulsief de wereldzeeën te gaan trotseren met een grote vriendelijke Duitser, die ze tijdens de zomervakantie daarvoor aan de haak had geslagen. De wereld rond met zijn zelfgebouwde acht-en-een-half-meter bootje.  Het was altijd al haar meisjesdroom geweest, zo’n prachtig avontuur, en zodoende kon ze zijn spontane uitnodiging natuurlijk onmogelijk weigeren. Ze wist her en der voldoende geld bij elkaar te lenen en vertrok voor ruim een jaar.

Ik heb één brief van haar gekregen. Het is mij uiteindelijk niet gelukt om er eentje terug geschreven te krijgen.

Dat spreekt ook boekdelen.

Hiermee werd een grillige fase van mijn leven afgesloten, waar vervolgens niet meer op terug gekomen diende te worden.

Vandaar waarschijnlijk, dat ik er dan nu maar een boek over schrijf…

36 ALS DE PANTERS

als de panters 3

De vriend van mijn moeder werkte als eerste stuurman op de grote vaart. Hij was hierdoor regelmatig voor langere tijd weg en mijn moeder voer soms mee. Als koksmatroos in ’t kombuis. Haar avonturen op zee duurde gemiddeld zo’n vier tot zes weken, die van mijn broer en mij dus ook.

Andere keren sliepen we door de weeks bij vriendjes van school en in de weekenden bij mijn vader. Blijkbaar was het met de vriendjes niet gelukt dit keer, want ik sliep de eerste week bij een vriendin van mijn moeder uit het Café. Het was een vrouw met een angstaanjagend litteken over haar wang en mond, die soms hardop dingen zat te roepen aan de bar, als ik mijn moeder daar kwam ophalen. Bij haar moest ik nu dus een hele week gaan logeren. Ik was als de dood.

Gelukkig bleek zij ook een dochter te hebben, die zich gretig en volledig over mij ontfermde. Ik sliep bij haar op de kamer en werd direct ingewijd in haar rituelen.

Het meisje was een stuk of 4 jaar ouder dan ik. Ze zat in de tweede klas van de middelbare: Het Heuveltje. Ze droeg make-up en deodorant, ze had al veel, pikzwart schaamhaar en ze rookte Pall-Mall. Achteraf zie ik dat ze op de pieken van haar pubertijd zat en dat ik hier volledig door in vervoering was gebracht, alles van haar aannam en volkomen in haar emoties en gedrag werd meegesleurd.

Aanvankelijk vond ik het wel prettig, dat we in dit huis, bij deze mensen, ook niet echt aan tafel hoefden voor het avondeten of het ontbijt. Dat vond ik immers altijd het aller engste gedeelte van ergens op bezoek moeten zijn. We maakten ons eigen eten, op onze eigen tijd. Op de tweede avond werd ik wakker van herrie beneden. Er werd flink ruzie gemaakt. Ik hoorde een mannenstem schreeuwen en iemand met deuren slaan. Ik maakte de dochter naast mij wakker, omdat ik het een beetje spannend vond.

Toen was het hek van de dam.  Aan één stuk door begon ze mij te vertellen over haar dronken moeder en agressieve stiefvader. Wat hij allemaal wel niet had aangericht en nog in zijn schild voerde. Het werd van kwaad tot erger. Ik weet nog dat ik mijn ogen bijna niet meer open kon houden van de slaap, maar dat ze maar door bleef ratelen. De verhalen waren niet van de lucht. Ik heb die nacht nauwelijks nog een oog dicht durven doen, omdat ik als de dood was dat deze uitermate kwaadaardige mensen naar boven zouden komen om mij te halen.

De volgende ochtend wijdde zij mij in, in haar sluiproute: Licht op de overloop uitlaten, aan de zijkant van de treden lopen, want daar kraakte het niet, bukken voor het raampje in de deur naar de huiskamer, rechtuit naar de keuken voor een kracker en dan, via de achterdeur ongemerkt door naar buiten. Fiets pakken, niet je slot open laten schieten, maar zachtjes tegenhouden en wegwezen! En ik volgde haar op de centimeter nauwkeurig!

Zo scoorden wij die week ook onze avondmaaltijden samen. Als uitgebroken panters slopen wij ongezien door het grote donkere huis en roofden wij de kasten leeg. En wij werden uiteraard niet gespot, want we waren goed! Uren lang zaten wij veilig op haar kamertje. Ze vertelde mij alles wat haar dwars zat en ik durfde inmiddels nauwelijks nog zonder haar volledige begeleiding naar het gevaarlijke beneden. Totdat ze op avond 4 ineens niet thuis kwam. Wat moest ik nu? Hellup!

Zoals aangeleerd, zette ik onze routes door het huis schuchter maar stilletjes in mijn eentje voort. Ik was blij toen ik die avond veilig in mijn logeerbedje lag. Ik kan me niet herinneren de Vrouw met het litteken nog gezien te hebben die avond. Was ze wel thuis geweest eigenlijk? Geen idee. De dochter was nog steeds niet thuis. Waar zou ze zijn? Ik had al mijn ijdele hoop tevergeefs op haar gevestigd…

Toen ik de volgende ochtend, dit maal dus in mijn eentje, keurig zoals de dagen daarvoor, in het donker, op mijn tenen de trap afsloop, stond daar ineens een grote man voor me. Hij vroeg mij op klare toon wat ik nou eigenlijk allemaal aan het doen was daar. Ik schrok hier zo erg van, dat ik alleen nog maar kon rennen, Volgens onze uitgestippelde sluiproute, via de achterdeur naar buiten toe, sprintte ik mijn vrijheid tegemoet. Hup, op mijn fiets en wegwezen hier! Tijdens mijn ontsnapping, hoorde ik de Vrouw mij nog iets naroepen, maar dat kon ik gelukkig niet horen, ik wilde alleen nog maar weg! Ik ben zonder proberen na te denken, in één rechte lijn naar school gefietst.

Die dag op school duurde lang. Hoe moest het nu verder? Ik kon daar toch niet meer naar terug gaan? Zou de dochter vanmiddag weer thuis zijn om mij op te vangen alsjeblieft? Zou die enge meneer weer bij de trap staan? Zou de Vrouw me misschien zitten opwachten? Zou ze boos zijn? Waar zou ik anders heen moeten?

Ik heb die middag denk ik wel een paar uur rondjes door de Haarlemmerhout gefietst en op de houten bankjes gezeten, met hun huissleutel aan een koortje om mijn nek. Het was inmiddels een soort molensteen geworden. Wat nou, als ik ‘m gewoon zou weggooien? Dan kón ik daar simpelweg niet meer naartoe… Jammer genoeg begreep ik ook wel, dat dit niet zou gaan werken…

Ik móest wel terug. Maar ik dúrfde niet!

Uiteindelijk heb ik alle moed bij elkaar geraapt en ben ik naar het grote enge huis terug gefietst. Ik ben naar binnen gegaan en heb hallo gezegd. Voor de rest kan ik me eigenlijk niet meer veel van de verdere week herinneren. Ik vraag me wel eens af: Zouden ze niet iets raars aan mij gemerkt hebben?

Wel weet ik nog precies waar het huis is. Ik fiets er tegenwoordig vlak langs, wanneer ik met mijn kinderen naar de tandarts moet. En nog steeds bekruipt mij elke keer een onbehaaglijk gevoel.

Ook zie ik desbetreffende Vrouw nog wel eens in haar electrishe rolstoel door de binnenstad rijden. Vorige week zag ik haar in een oogwenk nog de laatste teug van haar glas witte wijn achterover tikken, op een verwarmd terras aan de Grote Markt… Zou ze daarom soms in dat wagentje zitten? Zichzelf lekker nog verder kapot aan het zuipen zijn… Zou ze mij nog herkennen? Zou ze nog weet hebben van die week dat ik verplicht bij haar logeerde en in het donker door haar huis sloop als een panter, als een clandestiene vluchteling?

Hoogst waarschijnlijk al teveel hersencellen verloren gegaan aan de booze…

Misschien maar beter ook eigenlijk. Hoef ik me daar niet meer toe te verhouden.

Best hard eigenlijk…

Ja, inderdaad, bikkelhard.

Of anders…

‘Hé, hallo boze enge dronken Vrouw, nog bedankt voor het stiekeme logeren hè, en trouwens nog onwijze sorry voor mijn overdreven paniekerige weghollen destijds, 34 jaar geleden! Was wel een beetje vreemd niet…? ehh…nog maar een wijntje dan?’

Beter zo?

35 DE SPIRITUELE BYPASS

SPIRITUELE BYPASS

 

Gaandeweg mijn leven, heb ik een steeds groter wordende allergie ontwikkeld, voor mensen die mij wel eventjes gingen vertellen hoe de dingen in elkaar zitten. Ik voelde me al snel de les gelezen in iets waartegen ik vanuit het diepste van mijn wezen in hevige opstand kwam. Waar ging deze weerstand over? Dit vroeg mij om nader onderzoek…

 

LEVENSLESSEN VAN EEN GOEROE

Inzichtelijk spiritueel. Flarden aan theorie:

Belofte maakt schuld, het schept verwachtingen. En verwachtingen zijn potentiele teleurstellingen, met daders en slachtoffers, daar wij wensen vast te pinnen wat in de toekomst ligt. Proberen wij af te dwingen, te manipuleren en zijn wij  UIT FLOW, uit het NU, tijdens het HIER. Een verlangen is niet meer dan een gekoesterde verwachting. Het is de kunst om al je verwachtingen los te laten en volledig aanwezig te zijn met AL DAT IS.

Grilligheid impliceert onveiligheid, doch in feite is dit soort veiligheid een farce. Wie probeert zijn omgeving te controleren/manipuleren en zodoende veiligheid te creëren, leeft in een valse overtuiging van schijnveiligheid. Hiermee schep je ook weer verwachtingen van de wereld om je heen. Het is daarom de kunst om veiligheid vooral niet te zoeken in de voorspelbaarheid buiten jezelf, maar in de immer aanwezige verbinding met en het vertrouwen in jezelf. Vertrouwen impliceert geen verwachtte uitkomst.

Iedereen creëert zijn eigen realiteit en mag daarvoor ook zelf de verantwoordelijkheid dragen. Je kan dus in feite nooit naar de ander wijzen en deze ‘schuldig’ verklaren voor de dingen die gebeurd zijn, want jij bent zelf verantwoordelijk voor je eigen creaties. Alles en iedereen weerspiegelt slechts hetgeen dat in jou zelve leeft. De kunst is vooral om te leren begrijpen wat er weerspiegeld wordt en dat jij hiervoor zelf verantwoordelijkheid mag gaan dragen.

Je kan in feite niet afgewezen worden door de ander; je bent het enkel zelf, die het zelf afwijst.  Het is hierin de kunst om je niet afhankelijk op te stellen van de goedkeuring of de liefde, óf de afkeuring van de ander.

Zoals de ander, zo zijn wij; wij zijn immers allen ÉÉN

NAMASTÉ

‘Ja… oh… inderdaad… wat een wijsheid… wat een prachtig diepzinnig ontwikkeld bewustzijn… en wat een herkenning ook …’ hoor ik mezelf al prevelen, wanneer ik mij eens lenig uitrek op mijn yogamatje, vlak na de geleide chakra meditatie, die mij ongehinderd toegang verschafte tot een volgende verheven dimensie…

Echter… Een paar decennia eerder… Ergens langs de rand van het Ijsselmeer…

 

DE LEVENSLESSEN AAN EEN KIND

 

Teleurstellend alledaags. Flarden uit een praktijk:

Het was in de zomer voordat ik naar de 2e klas zou gaan (groep 4) toen we met de klipper  gingen varen op het IJsselmeer.

We werden wakker in de ochtend en ineens werd er spontaan voorgesteld dat ik vandaag wel jarig kon zijn. Jarig zijn? Ik was toch pas in de herfst jarig? Nee, we zouden deze dag met z’n allen mijn verjaardag gaan vieren. Ik trok mijn grijsblauw geruite wikkeljurkje aan en het werd feest. De make-up koffer werd tevoorschijn getoverd en ik kreeg een vlinder op mijn gezicht geschminkt. Ik genoot met volle teugen! We bliezen confetti slierten over het dek en iedereen hielp mee. Daarna zouden we iets leuks naar mijn keuze gaan doen en ik wilde het aller liefst in de kleine zeilboot. Het bij bootje van de klipper werd speciaal voor mij, opgetuigd langs zij getrokken en ik stapte vol trots in. Ik zou nu, als jarige prinses, een stukje in mijn eentje gaan varen en de anderen zouden speciaal naar mij gaan kijken. Wow!

Maar voor de grap gooiden ze ineens het touw los, dat mij veilig langs de wal zou leiden en gestaag bekroop mij de angst, dat ik niet meer terug zou kunnen komen naar de kant. Ik zag de vaargeul al naderen en had geleerd dat dat levens gevaarlijk was. Daar voeren de grote schepen, die je zomaar per ongeluk konden grijpen met hun schroef, omdat ze je domweg niet konden zien aankomen als ukkepukje op het water.  Het lukte mij niet om mijn zeilboot te besturen. Ik begreep niet wat ik moest doen, met de touwtjes, het roer en de zeilen. Ik vond het eng wanneer de wind in het zeil mijn bootje helemaal schuin trok! Ook met de roeispanen lukte het mij niet, want door de wind dreef ik vlotter af dan dat ik roeien kon. Daarbij kreeg ik, met de giek om mijn oren, de zware spanen niet tegelijkertijd uit het water getild, dus dreef ik, al rondjes peddelend, steeds verder af. Ik wist niet meer wat ik moest doen en begon te huilen en te roepen, later te gillen en te krijsen.  Ik was volkomen over mijn zeik. (Achteraf kan ik de link leggen naar mijn bijna-verdrinken ervaring van toen ik 4 jaar oud was)

Iemand probeerde mij aanvankelijk nog lachend aanwijzingen te geven, maar ik hoorde niks meer, zag niks meer, kon niks meer, en wist niks meer. Ik kon enkel nog hysterisch gillen. HELP, HELP! maar niemand schoot mij te hulp, ze bleven daar gewoon maar wat lacherig naar mij staan kijken!  Ik weet niet hoe ik het uiteindelijk voor elkaar heb gekregen, maar ik heb op de een of andere manier mezelf weer bij elkaar geraapt en het is met na lang ploeteren toch gelukt om weer naar de kant te komen. Ik was woest, omdat ze zomaar het touw hadden losgegooid en mij vervolgens aan mijn lot hadden overgelaten. Ik voelde me ook uitgelachen om mijn hysterische gedrag. Ik was oprecht doodsbang geweest!

Mijn toeschouwers dropen af. Alle vreugde was bedorven.

En hierop werd mij op bitse toon tevens medegedeeld,  dat mijn verjaardag bij deze dus ook maar meteen weer over was. Blijkbaar net zo makkelijk…

Einde feest.

Einde verjaardag.

Einde verhaal.

 

Ik had nog wel een half uitgeveegde vlinder op mijn hoofd, de hele lange rest van die dag.

 

Het is de grilligheid die het onveilig maakte.  De gewekte verwachting, het bijna vervulde verlangen, de onverwachte teleurstelling. De beleving van afwijzing vanwege het uiten van ongewenste emoties. Een gevoel van schuld en boete. Ik heb uit dit soort ervaringen als kind zeker mijn lering getrokken. Maar of het me gediend heeft… en of het klopte…?

Inmiddels was ik een hoop zelfhulpboeken wijzer, een flink aantal jaren getob verder, een paar bewustwordingscursussen rijker, een kruiwagen vol met geld armer, en dacht ik: UND JETZT?

Leuk hoor, al die lezingen, op weg naar de verlichting… Maar mag ik ff:

AAN FLARDEN MET DIE DROOGNEUKERIJ EN  AL DIE ONBEVRUCHTE THEORIEN!

Dit was de ongezouten mening, lees boute veroordeling, van mijn innerlijk kind, op het spirituele gelul van het altijd beterwetende intellect. Op dit niveau vond ik het merendeels vooral KLINISCHE lariekoek, al die theorieën. Ze konden mij gestolen worden.

Ondertussen probeerde mijn volwassen zelf dit ongerichte projectiel in mij vooral in bedwang te houden, want dit kwam natuurlijk totaal niet bewust of ontwikkeld en zeer zeker niet spiritueel gevorderd over. Mijn hoofd begreep de dingen maar al te goed en ging er het liefste mee aan de haal. Maar binnenin mij ronkte en borrelde het en stond het op een ontploffen.

DIT WAS HET FURIEUZE KIND IN MIJ. KLEINE WILLEMIJN WAS DUIDELIJK BÓÓÓS

En ik begrijp het. Het kind was zeker woest. Waarom? Stel je voor eens voor, dat iemand  bovenstaande theorieën gewoon zo rauw, zonder uitleg, op mijn dak had gegooid, toen ik daar teleurgesteld in een hoekje van ’t kombuis zat, met de halve verjaardagsvlinder nog op mijn voorhoofd… meen je nu werkelijk dat ik dit begrepen had of dat ik mij begrepen had gevoeld, laat staan er iets mee had gekund, op deze wijze? Mijn antwoord is: NEEN. Geen ene MOER.

Op dat moment had ik gehoord willen worden, vast gehouden willen worden, getroost willen worden in mijn angst en in mijn teleurstelling. Ik wilde niet direct moeten begrijpen met mijn hoofd, ik wilde gewoon eerst mogen voelen hoe ik me voelde en dat dat ok was. Meer alsjeblieft eventjes niet!  Ik had bevestiging nodig en aandacht van iemand die zich ook in mijn kant van het verhaal kon inleven.

Dat was er niet; dus ben ik die stap uiteindelijk ook zelf maar gaan overslaan en heb ik het anders opgelost. Ik ben het gaan analyseren, gaan beredeneren. Ik ben gaan redevoeren, gaan snappen en begrijpen, gaan  betekenisgeven, gaan theoretiseren en gaan prediken. Ik ben gaan redderen met mijn hoofd. Ik was hiermee mijzelf aan het betuttelen geslagen en voortdurend de les aan het lezen. Geen wonder dat ik er ook niet tegen kon wanneer anderen dit bij mij deden!

MENSEN, DIT NOEM IK MIJN SPIRITUELE BYPASS!!!!!

Ik legde waterdichte theorieën aan. Hing tegeltjes met waarheden van verlichte meesters en vibratie verhogende spreuken op in mijn WC. Ik zong mantra’s tot ik er schor van was. Affirmeerde tot ik een ons woog. Beoefende blind ‘the law of attraction’ (al bleef het resultaat nog wat uit…) Vertelde anderen precies hoe het in elkaar stak. Maar ontkende ondertussen glashard het ongepolijst deel van wat er (nog) in mijzelf leefde. Door dit deel van mezelf te negeren, het zwijgen op te leggen over te slaan of weg te poesten. Hoe bot en arrogant is dat? Alsof ik mezelf probeerde te bezweren… Walk your talk Willemijn! In feite kwam ik niet aan de weggestopte delen van mezelf toe, omdat ik het zo druk had met het zo correct mogelijk formuleren en uitleggen van de universele spirituele wetten en waarheden. Maar deze manier ging ‘m uiteindelijk toch echt niet worden…

EN IK KAN ME NIET VOORSTELLEN DAT IK DE ENIGE BEN DIE DIT NIET GELOOFWAARDIG VOOR MEKAAR KRIJGT OF DENKT VOL TE HOUDEN… LAAT STAAN WEET TE VERKOPEN…

Ik mocht de stappen die ik destijds had overgeslagen alsnog gaan zetten. Ik hoefde niet direct alles als een volwassene te begrijpen vanuit het intellect, terwijl ik me eigenlijk nog dat boze bange kind voelde. Ik herkende dit vanuit vroeger; mijn gevoel aan de kant moeten zetten en doorschakelen naar de ander. En dit was blijkbaar hoe ik het nog steeds deed. Maar nu onder de noemer van ‘BEWUSTZIJN’. Heeft me geen goed gedaan. In tegendeel.

En ik weet dat ik hierin nog kan overreageren, vanuit een verleden. Het heeft mij erg geholpen, toen ik mezelf eindelijk rustig ben gaan aanspreken, bemoedigen, vertellen en uitleggen, op het niveau waarop ik mij bevond op bepaald gebied. En dat was vaak op het niveau van een peutertje van 3, een zuigeling van 6 maanden, of een meisje van 8.

Hoeveel kinderen van deze leeftijd zouden er denk je nou echt zitten te wachten, om dagelijks, 4 uur lang, monotoon voorgelezen te krijgen uit de onvertaalde meesterwerken van Nietzsche?

 

Herkenbaar misschien?

34 DE MINI-ME SNEL TEST!

mini-me

Stel je voor: Je loopt op straat en je ziet daar ineens een jongentje staan. Een jaar of zes oud, met tranen in de ogen en angstig om zich heen kijkend.

Vraag 1:

Wat komt er het eerste in je op, om te doen? (omcirkel zo eerlijk mogelijk, wat hoogst waarschijnlijk op jou van toepassing zal zijn)

  1. Je loopt rustig op het kindje toe, maakt voorzichtig contact, gaat iets door de knieën en vraagt op zachte toon wat er aan de hand is.
  2. Je grijpt het kind onaangekondigd bij de arm en zegt op strenge toon, dat het per direct moet stoppen met aanstellen en huilen, omdat het op deze manier natuurlijk nooit zijn moeder zal terugvinden.

Ik schat in, dat de meesten van ons voor antwoord A zouden gaan. Wat roept het bij jou op, wanneer je je voorstelt dat iemand optie B zou uitvoeren? Wat vind je daarvan? Wat denk je dat het op zal leveren aan resultaat? En hoe zou het jongetje zich hierbij voelen?

Stel je vervolgens voor: Je loopt op straat met je ziel onder je arm. Met tranen in je ogen en angstig om je heen kijkend.

Vraag 2:

Hoe ga jij met jezelf om, als je verdrietig, eenzaam, angstig of alleen bent? (omcirkel zo eerlijk mogelijk, wat hoogst waarschijnlijk op jou van toepassing zal zijn)

  1. Je keert rustig even naar binnen en vraagt je op zachte toon af, wat er met je aan de hand is.
  2. Je geeft jezelf een schop onder je reet en zegt dat je direct moet stoppen met aanstellen en huilen, omdat het op deze manier nooit wat met jou zoal worden.

Persoonlijk koos ik voor andere kinderen optie A, maar voor mezelf bracht ik ongemerkt en klakkeloos versie B in de praktijk.  Bikkelhard voor mezelf.

In feite herhaalde ik gewoon wat ik als kind geleerd had, vanuit hoe ik de dingen had geïnterpreteerd en beleefd. Ik sprak mezelf vermanend toe, gaf mezelf steeds straf, kraakte mezelf af, was doorgaans afkeurend en boos en gaf mezelf nauwelijks credits, laat staan tijd om even op adem te komen tussendoor.

Het heeft mij heel veel inzicht gegeven door hierin naar mijn eigen kinderen te kijken. Omdat ik onvoorwaardelijk van mijn kinderen houd. Wanneer ik mezelf voorstel dat mijn eigen kinderen alleen op straat zouden staan, of bang zouden zijn, en ik zou ze hardhandig bij de arm grijpen en ze toesnauwen zich niet aan te stellen, gaat dat bij mij door merg en been. Ik moet er niet aan denken! Als ik heel eerlijk ben, dan heb ik me daar als moeder zelf ook wel eens schuldig aan gemaakt in een moment van frustratie, maar het komt niet heel vaak vaak voor. Zeker niet moedwillig of volledig bewust. En als ik vanuit dat gevoel naar het kleine meisje Willemijn kijk, die dingen eng vind of verdrietig is, dan helpt dit mij om ook milder met mezelf om te gaan. Ik merk wel dat ik als moeder, vooral wanneer ik onder grote druk of spanning kom te staan,  in de groef van mijn eigen oude nest dreig te schieten en daar dus echt alert op mag blijven!

Wanneer ik tegenwoordig merk dat ik meedogenloos, streng, hard, veeleisend, veroordelend naar mezelf ben, dan vraag ik mij af hoe ik dat met mijn eigen kinderen zou doen. Het gevoel wat er dan los komt probeer ik dan aan het kleine meisje in mij te geven. Hierdoor krijgt ze stapje voor stapje steeds meer ruimte om te mogen voelen wat ze voelt en te mogen beleven wat ze beleeft. Dit helpt mij om te helen, van wat nog niet verwerkt is.

Ik zie het tegenwoordig zo: In feite heb ik drie kinderen op te voeden. De twee kinderen die ik als moeder gebaard heb en het kleine meisje in mezelf, die opnieuw mag leren hoe het ook anders kan.

Herhaling vraag 2:

Hoe ga jij om, met het kleine kind in jezelf? (benoem zo eerlijk mogelijk, wat hoogst waarschijnlijk op jou van toepassing zal zijn)

Om het, voor de gein, nog een stukje breder te trekken: Ieder mens heeft een interne ‘mini-me’.  Dit impliceert in feite dat iedereen met dezelfde aandacht, respect en mildheid benaderd zou wensen en verdienen te worden, wanneer het eventjes verdwaald is op straat, of ergens anders een blunder maakt, zich wiebelig en inconsequent gedraagt, of een foutje begaat. Kan jij dat zien voor wat het is? Heb je daar ruimte voor? Mag dat aanwezig zijn? Ook wanneer het bijvoorbeeld jouw directeur, de meester, een misdadiger, Miss Holland of de parkeerwachter is? Of iemand die je bij vraag 1 antwoord B had zien uitvoeren?

Stel je weer voor: Nu loop je op straat en je ziet daar ineens een meneer staan. Een jaar of veertig oud, met tranen in de ogen en angstig om zich heen kijkend.

Vraag 3:

Wat komt er het eerste in je op, om te doen? (omcirkel zo eerlijk mogelijk, wat hoogst waarschijnlijk op jou van toepassing zal zijn)

  1. Je loopt rustig op het kindje toe, maakt voorzichtig contact, gaat iets door de knieën en vraagt op zachte toon wat er aan de hand is.
  2. Je grijpt het kind onaangekondigd bij de arm en zegt op strenge toon, dat het per direct moet stoppen met aanstellen en huilen, omdat het op deze manier natuurlijk nooit zijn moeder zal terugvinden.

Hoe ga jij om, met het kleine kind in de ander? (benoem zo eerlijk mogelijk, wat hoogst waarschijnlijk op jou van toepassing zal zijn)

DE VAAK NOG TE OVERBRUGGEN KLOOF TUSSEN HELDERE THEORIE EN TROEBELE PRAKTIJK

Ja, waarschijnlijk was dit verhaaltje niks nieuws onder de zon. Ik raak het ook niet aan, omdat ik denk dat het diepgaande uitleg behoeft. Ik raak het aan, zodat het stof er weer even vanaf vliegt en ik weer helder kan zien hoe ik het eigenlijk doe in de dagelijkse praktijk. Persoonlijk loopt mijn praktijk vaak nog rommelend en meestal nog mijlen achter op mijn heldere inzichten en opgedane kennis…

Vraag 4:

Hoe werkt dit bij jou, in je dagelijkse praktijk? Is er sprake van een kloof, in relatie tot de theorieën in jouw hoofd? Hoe groot is deze kloof? (benoem zo eerlijk mogelijk, wat hoogst waarschijnlijk op jou van toepassing zal zijn)

Nice day!

Lof

Willemijn

33 AAI POESJE, AAI POESJE…

aai poesje

EEN EERBETOON

VERSIE 1:

(muziekje eronder)

LIEVE LAPJE,

Mijn aller trouwste poezendier was je.

Ik noemde je zo toen ik 4 jaar oud was: LAPJE.

Jij begreep mij. En ik werd jouw oprechte dierenvriend.

Jij was de beschermheilige van mijn prille bestaan.

Je bent overal mee naartoe verhuisd.

Je  was er gewoon..

Van de Burgwal, naar de Kamper Singel,

via het atelier van Sjarrel, naast café Bruxelles,

naar het pension op de Verspronckweg,

Het Brouwersplein, de Witstraat, de Mosterdhof,

de 2e Jan van der Heijdenstraat en weer terug.

Onvoorwaardelijk waren wij verbonden.

Ware liefde tussen mens en dier…

 

Als kind had ik mij oprecht voorgenomen om 3 volle dagen

 dramatisch te zullen zwijgen, wanneer jij zou sterven.

Uit hartprotest en groot verdriet.

De dag voordat je uiteindelijk  stierf,

sliep je nog één keer bij mij in bed.

Boven op mijn hoofd notabene!

Ik begreep dat dit jouw manier van afscheid aan mij was geweest.

 

Regelmatig heb je me daarna nog opgezocht in mijn dagdromen,

of tijdens mijn slaap.

Je kwam af en toe eventjes langs met goede raad of een begripvolle blik.

Soms ook, ging je onverwacht met je dikke kont

boven op mijn malende gedachtes zitten

om ze te verdrijven.

Dat hielp.

Dank je wel daarvoor, mijn aller liefste Lapje.

 

 

VERSIE 2:

(naald van de plaat, krassend, liefst middenin refrein)

LIEVE LAPJE,

Het spijt me voor alle keren dat ik je stiekem en volkomen onterecht geslagen heb. Dat je steeds vaker ten prooi moest vallen aan mijn genadeloze ‘drill-sessies’, waarin ik mijn verbeten frustraties op jouw begon te botvieren. Dat ik jou harteloos te grazen nam. Dat ik mijn wraakgevoelens op jou uitleefde. Dat ik je op deze momenten schijnheilig de les las en hardhandig ‘corrigeerde’ wanneer je ook maar één fin verkeerd verroerde, terwijl ik je tegelijkertijd moedwillig opjoeg door de kamers van het huis. Ik schaam mij diep. Dat jij de weerloze dupe was, op de momenten dat ik mezelf niet meer in de hand wist te houden. Het spijt me enorm, voor alle gemene, laffe en oneerlijke streken die ik je geleverd heb. En dat, terwijl ik mezelf een oprechte dierenvriend durfde te noemen… Dat dacht ik ook te zijn… Oprecht. Maar jij leek soms mijn enige manier… mijn enige uitweg… En tot op je laatste zucht, bleef jij liefdevol naar mij. Sans rancunes! Ondanks alles wat ik je naar je kop slingerde. Onvoorwaardelijk waren wij verbonden.  Mijn liefste Lapje, Ik maak een diepe, diepe, nederige en zeer respectvolle buiging voor jou.

LIEVE LAPJE, BEDANKT DAT JE BIJ ME WAS. IK HEB JE LIEF.

1977-1998 +